Patricia Withagen

Van Vonk naar Vlam

Tijdens een bijeenkomst van Gelderse energie-coöperaties en gemeenten mocht ik vertellen hoe ik de samenwerking ervaar met energie-coöperaties en wat de ‘energieke samenleving’ voor mij betekent. Het was een mooie afsluiting van ‘mijn’ portefeuille duurzaamheid. Daarom wil ik het verhaal met jullie delen. Mijn vuur – ook voor duurzaamheid – zal gewoon blijven branden.

De ‘energieke samenleving’ betekent voor mij een samenleving waarin de energie van mensen stroomt en straalt. Ieder mens heeft van binnen een vonk: iets waar je warm voor loopt, energie van krijgt, blij van wordt. Die vonk wordt een vlammetje als het ruimte en aandacht krijgt en een vuurtje als het nog meer wordt aangewakkerd. Dan gaat iemand stralen, de vlam slaat over en het genereert energie bij anderen.

Een ‘energieke samenleving’ vraagt van mij op de eerste plaats dat ik mijn eigen vuur kan laten branden. Mijn belangrijkste drijfveer om wethouder te zijn is: eerlijk delen. Ik wil eraan bijdragen dat iedereen de kans krijgt zichzelf en zijn of haar talenten te ontwikkelen en volwaardig mee te doen in onze samenleving. Met andere woorden: iedereen krijgt de kans zijn vonkje te ontwikkelen tot een vlammetje en liefst een vuurtje. En ik wil eraan bijdragen dat ook onze kinderen en kleinkinderen nog van onze mooie aarde kunnen genieten en er plezierig op kunnen leven. Dus: er samen voor zorgen dat we de aarde niet platbranden en uitputten, maar voeden en gezond houden.

Vanuit deze persoonlijke passie kan en wil ik bijdragen aan een ‘energieke samenleving’.

Door te zien waar de energie bruist, waar de vuren branden, en daar actief op af te gaan. Met interesse en een open blik. Om aan te schuiven rond het vuur, om te horen en zien wat er leeft, om te kijken of het vuur veilig brandt, om te kijken wat er nodig is en of ik iets bij kan dragen. Dat kan van alles zijn: Het vuur helpen aanwakkeren of juist een beetje blussen. Of iets toevoegen wat ik te bieden heb: een verhaal vertellen of stokken met brooddeeg meenemen om samen broodjes te kunnen roosteren. En door zelf vuurplaatsen te creëren, waar ik mensen uitnodig en de gelegenheid biedt om met mij of met elkaar een vuur te laten branden.

Hoe vertaal ik dit beeld, dit perspectief in het samenwerken met energie-coöperaties en andere maatschappelijke initiatieven? Een paar voorbeelden uit de Zutphense praktijk van de afgelopen jaren.

1. De Kaardebol en Atelier3D
Het duurzaamheidscentrum De Kaardebol werd beheerd door de gemeente Zutphen. Ambtenaren vervulden de functie van beheerder en verzorgden de natuur- en milieueducatie. Enkele jaren geleden moest er fors bezuinigd worden. Ook op de Kaardebol. Ik besloot om niet met de opgave aan de slag te aan als een bezuinigingsopgave, maar als een inhoudelijke opgave: Hoe wordt het duurzaamheidscentrum meer van en voor onze inwoners? Hoe bereiken we een bredere groep? Hoe benutten we de energie en het ondernemerschap in de Zutphense samenleving om de Kaardebol nog meer tot bloei te brengen? Het werd een open en creatief proces, waarin ik samen met een klein team van betrokken ambtenaren, deze koers vasthield. Niet van te voren te veel willen invullen en niet meer kaders stellen dan noodzakelijk. Blijven benoemen dat sommige vragen nog niet beantwoord konden worden. Ruimte geven aan de beweging die ontstond. Durven loslaten, ondanks de weerstand die er ook was.
Het proces eindigde met de gunning aan Atelier3D: een nieuw ontstane lokale coöperatie van zelfstandig ondernemers, vrijwilligersorganisaties waaronder ook ZET-energie, scholen, etc. Toen kwam de enorme domper: op het moment dat Atelier3D de exploitatie zou overnemen werd De Kaardebol in brand gestoken met een enorme schade tot gevolg. Het gebouw moest zo’n beetje vanaf de grond herbouwd worden. In die periode was het heel moeilijk om de vlammetjes van alle betrokkenen en het vuurtje dat door de krachtenbundeling ontstond, brandend te houden. Bij mij en de gemeente was de verleiding af en toe groot om de boel toch weer over te nemen. Bij het bestuur en de leden van A3D was de verleiding af en toe groot het op te geven en de handdoek in de ring te gooien. Toch is het gelukt. Binnenkort is de herbouw volledig afgerond en kan A3D de exploitatie volledig overnemen. In de tussentijd is er o.a. al een vlinderkas geopend en een veldwerklokaal van één van de middelbare scholen. De plek wordt nu al meer bezocht door bewoners van de aangrenzende wijken die er eerder niet kwamen.

Noot 16 december 2015:
Inmiddels is duidelijk geworden, dat de financiële positie van Atelier3D zo kwetsbaar is, dat de overname van de exploitatie toch onder druk staat. In gesprek met de betrokken partijen zoeken we, mijn collega Coby Pennings en ik, naar mogelijkheden en oplossingen.

2. Windmolens erbij in Zutphen
Ruim twee jaar geleden ben ik de discussie in de gemeente Zutphen en omgeving gestart over de wens om extra windmolens te realiseren. Een quickscan van mogelijke locaties leverde vier zoekgebieden op, logischerwijs op de grens van ons grondgebied. In elk zoekgebied organiseerden we een informatie-avond, bedoeld als start van het proces om samen met betrokkenen en omwonenden de plannen verder uit te werken en de verschillende locaties tegen elkaar af te wegen. Op de bijeenkomsten ontstond in eerste instantie veel weerstand. Voor de inwoners voelde het als een overval van bovenaf en nog door de buurgemeente ook. In tweede instantie ontstond er naast weerstand ook interesse om te ontdekken wat windmolens in het gebied zouden kunnen betekenen, in negatieve- en positieve zin. Ik realiseerde mij dat de gemeente een stap terug moest doen en het proces de tijd moest gunnen. Inmiddels hebben de energie-coöperaties van de vier betrokken gemeenten ( Zutphen, Lochem, Voorst en Brummen) samen IJsselwind opgericht. Zij willen in het gebied burgerwindmolens realiseren. De coöperaties zijn leidend en nemen het op zich om te gaan bouwen aan draagvlak. De gemeenten ondersteunen en adviseren, maar nemen het niet over en geven het de tijd die het nodig heeft.

3. Zonneveld ontwikkelen door ZET en een marktpartij
Vorig jaar is een oud sportveld-complex geselecteerd als mogelijke lokatie voor de ontwikkeling van een zonneveld. Ik had de afweging te maken over het te volgen aanbestedingsproces. Eén op één beschikbaar stellen aan ZET vond ik een te groot risico. Het ontwikkelen van een zonneveld van 3,5 hectare is een forse klus die de nodige deskundigheid en professionaliteit vraagt. Tegelijkertijd realiseerde ik mij heel goed dat het een prachtkans voor ZET zou zijn om zich te profileren en te groeien. Vooraf ben ik hierover met ZET in gesprek gegaan. ZET wilde zelf het liefst uitgenodigd worden als één van de aanbieders en daartoe hebben zij een consortium gevormd met partijen die deskundigheid en ervaring hebben. Toch ging de voorlopige gunning naar één van de andere vier partijen die uitgenodigd waren in deze meervoudig onderhandse aanbesteding. Maar … er ontstonden problemen en de aanbesteding is stopgezet. Van de vier aanbieders zijn er inmiddels nog maar twee geïnteresseerd, waaronder ZET. We hebben besloten die twee partijen nu te vragen samen het zonneveld te gaan ontwikkelen. Beide zijn daartoe bereid en zij sluiten binnenkort een intentieovereenkomst.

De voorbeelden laten zien dat:
a. Elke situatie uniek is en dus een eigen uitwerking en oplossing vraagt;
b. Een (open) visie helpt om de energie en de aandacht van de verschillende partners te richten. Het helpt om elkaar te vinden, te ontmoeten en vast te houden als het moeilijk wordt;
c. De energie-coöperatie en de gemeente elkaar nodig hebben om de ambities waar te maken en resultaten te boeken. De vraag of dit ‘van bovenaf’of ‘van onderop’ moet is niet zo relevant. Door het afwisselen van ‘van onderop’ en ‘van bovenaf’ ontstaat er juist beweging en samenwerking.

Het samen bouwen van een ‘energieke samenleving’ en het ontwikkelen van een gezond samenspel tussen energiecoöperaties en gemeenten gaat niet over gebaande paden. De weg laat zich niet wijzen en wordt pas zichtbaar door hem te bewandelen.
Wat helpt ons om die weg te gaan?

1. Elkaar verhalen vertellen rond het kampvuur. Over hoe ieders vonkje een vlam werd en vervolgens een vuurtje.
2. Elkaar durven zeggen dat je niet weet hoe het verder moet en dat je de ander nodig hebt, omdat je vlammetje anders dooft.
3. Elkaar de ruimte geven om eigen ambities, opvattingen en tempo te hebben. Een vuur heeft zuurstof nodig om te branden. Ontneem elkaar die zuurstof niet.

Samen bouwen aan een ‘energieke samenleving’ vraagt durf, creativiteit en geduld. En het geeft heel veel energie!

Patricia Withagen