Wethouderen voor GroenLinks

Dat is al weer even geleden dat ik in deze rubriek van me liet horen. Er is altijd een reden om de dingen te doen die je doet. Druk zijn we allemaal. Ook wethouders maken zich nog steeds elke dag druk om hun stad of hun gemeente...

Dualisme in Duel
Door: Kees Luesink

... in Zutphen en met mij is dat niet anders. Ik wil het hier nu hebben over het dualisme. Weer zo'n begrip uit het vakjargon waar de democratie niet altijd beter van wordt.

Indrukwekkende operatie

Het `dualisme' is in 2002 ingevoerd en volgde het `monisme' op. Het is ontwikkeld door een commissie met professor Elzinga als voorzitter. Doel was het versterken van de lokale democratie. Door de gemeenteraad nadrukkelijk los te maken van het college zou de volksvertegenwoordigende rol van de gemeenteraad krachtiger worden. Daartoe is een hele reeks veranderingen in de gemeentewet en daarmee in de praktijk van het democratisch bestuur van de gemeenten en de provincies tot stand gebracht. Een indrukwekkende operatie.

Ik loop al heel lang mee in de lokale democratie en heb dus ook nadrukkelijk de periode voor het dualisme mee gemaakt.

Vroeger

In het monisme koos de gemeenteraad uit haar midden het dagelijks bestuur in de vorm van een college van B&W. Met uitzondering van de Burgemeester was het college dus slechts het verlengstuk van de gemeenteraad. Gemeentewettelijk was (en is) de raad het hoogste orgaan in het lokale bestuur. Volgens o.a. Henk Koning (20 jaar raadslid CPN) kon je geen oppositie voeren tegen jezelf. Desondanks rekende ik mijzelf toen tot een dualist in het monisme; Ik voerde graag oppositie tegen het college.

Later

Met de invoering van het Dualisme veranderde dat beeld. Ik was toen al vier jaar wethouder en heb ook nadrukkelijk geprobeerd het dualisme in de monistische tijd inhoud te geven. Van 1998 tot 2002 heb ik de raadscommissie als enige wethouder niet zelf voorgezeten maar liet dat over aan een raadslid (Joan de Zwart van D66). Ik was wethouder én raadslid en nam ook volwaardig deel aan de debatten in de gemeenteraad over de onderwerpen die mijn portefeuille betroffen.

Na de invoering van het dualisme is de rol van de wethouder in de gemeenteraad nadrukkelijk veranderd. Het lijkt een beetje op de tweede kamer. Het college zit (zonder de burgemeester want die is ook voorzitter van de gemeenteraad) in een eigen `(regerings)vak'. Het college spreekt slechts dan als ze daartoe door de voorzitter, i.c. de raad, in de gelegenheid gesteld wordt. Dat is nadrukkelijk anders. Ik heb mijzelf sindsdien ook wel eens getypeerd als een `functionaris' die nog slechts opdrachten van de raad uitvoert. Zo is het in principe ook. En daar hoeft niets verkeerd aan te zijn.

En nu dan

Toch is een wethouder meer dan een topambtenaar. Een wethouder is de politieke bestuurder met een nadrukkelijke opdracht van de gemeenteraad én een opdracht van zijn eigen partij.

Dat is een fors spanningsveld waarbij bovendien de collegialiteit in het dagelijks bestuur noodzakelijk is om effectief te kunnen zijn. Die verschillende spanningsniveaus maken het tot een bijzonder en, als je er van houdt, inspirerende functie.

De belangrijke vraag is of de gemeenteraad er nu mee opgeschoten is. Daar twijfel ik regelmatig over. In Zutphen gaat het goed. Ik hoor uit het land soms vreselijke verhalen waarbij het dualisme geleid heeft tot een bijna onoverbrugbare kloof tussen raad en college. Toch is een belangrijke waarde van het dualisme geweest om de raad meer onder en bij het volk te krijgen. Dat wil niet echt lukken, ook in Zutphen niet. Het college blijft de eerst aangesprokene voor de burgers en organisaties. Gewoon omdat het college er dagelijks is en voor de mensen veelal ook de eerste aangesprokene is als het over de gemeente gaat.

Er valt nog heel veel te doen om de kansen te benutten die het dualisme biedt om de democratie bij, en de politiek van het volk te behouden.

Misschien wel door iets meer monisme in dat éne lokale openbare bestuur.