Neem de betrokken inwoner serieus!

Een mooiere locatie kan je niet bedenken voor de inspiratiesessie over de samenwerking tussen overheid en burgers. En die burgers waren er: de Burgerzaal zat vol. Betrokken, maar ook boze, burgers. Dat bleek later pas toen de discussie buiten de zaal losbarstte op straat en op social media.

Pieter Winsemius, oud-minister van Milieu en jarenlang lid van de WRR, was uitgenodigd door het gemeentebestuur om ons te inspireren in het thema ‘meer lef, ruimte en tempo in samenwerking’.
 

Een mooiere locatie kan je niet bedenken voor de inspiratiesessie over de samenwerking tussen overheid en burgers. En die burgers waren er: de Burgerzaal zat vol. Betrokken, maar ook boze, burgers. Dat bleek later pas toen de discussie buiten de zaal losbarstte op straat en op social media.

Pieter Winsemius, oud-minister van Milieu en jarenlang lid van de WRR, was uitgenodigd door het gemeentebestuur om ons te inspireren in het thema ‘meer lef, ruimte en tempo in samenwerking’.
 

Het verhaal van Winsemius
Pieter Winsemius hield een levendig betoog met 3 gouden tips:

1.     Leg de goede vraag voor.
2.     Je hebt verbinders nodig. Trekkers zijn er sowieso altijd wel, de verbinders moet je koesteren, de conciërges op scholen, de wijkagenten, de sociaal werker. (Op sociale media werd het rijtje Kroeg, Kapper, Kruidenier en Kerk genoemd als de plekken waar signalen opgepikt worden.)
3.     Neem de mensen serieus!

En een recept:
1.     wat mensen zelf kunnen, zelf laten doen;
2.     signaleren wanneer het niet (meer) kan;
3.     verbinders moeten signalen kwijt kunnen;
4.     handen vast, samen zorgen (en niet los laten, geen gaten laten vallen).

De gemeente schiet makkelijk in de houding ‘wij faciliteren wel’. Dit is fout zegt Winsemius, want je moet wel meer doen dan dat. Te beginnen bij Niet Helpen. En ruimte creëren en vertrouwen geven. Het doet mij denken aan het opvoeden van kinderen. Het ‘liefdevol verwaarlozen’, waarbij je je kinderen zelf hun fouten laat maken en ze altijd op je terug kunnen vallen. Jij bent de vaste basis. Tot zover de theorie. De ondernemende burger is mondig genoeg, ze maken zelf de verbinding. Waarom dan die boosheid?

Ik zie dat we nog onvoldoende aangekomen zijn bij tip 3: neem de mensen serieus. Initiatiefnemers worden aangehoord,maar er wordt niet echt geluisterd. Er is vaak een soort moeheid ‘daar heb je X of Y weer, wat willen ze nu weer’. Zelf heb ik ook die ervaring als betrokken inwoner. Als mede-initiatiefnemer van het toeristisch informatiepunt aan de Houtmarkt was er geen vertrouwen in ons kunnen en opende de gemeente een aantal maanden later een eigen VVV. Vanuit de groep Torens in Beweging brachten we een balletje aan het rollen om de Wijnhuistoren open te stellen. We kregen geen medewerking en stopten ermee. Vervolgens voerde de gemeente onze plannen uit. Zonder ons daarbij te betrekken en te waarderen (dit isinmiddels wel goed gekomen).

Op sociale media staan voorbeelden te over. Deze burgers redden het wel, ze zijn mondig en ondernemend genoeg daarvoor. En toch; dit geeft niet de juiste energie.

Hoe dan wel?

Natuurlijk verloop
Moeten we wachten tot de ambtenaren,die de vaardigheid onvoldoende hebben om burgers serieus te nemen, vanzelf met pensioen gaan (zoals Winsemius zegt). Of duurt dat te lang? En hebben we daarmee als raad het verkeerde beleid vastgesteld? We werken immers al jaren aan ‘Zutphen vooruit’. Waarbij we ook de keuze hebben gemaakt om te kiezen voor natuurlijk verloop i.p.v. een regeling (https://raad.zutphen.nl/vergaderstukken/forumvergadering/natuurlijk-verloop-versus-boventallig-verklaren-24-02-2014).

Niet praten over verbinden: doen!
Wat mij betreft moeten we in ieder geval af van het toverwoord ‘verbinden’. Daar word ik een beetje moe van. Dat moet je niet zeggen of iemand voor aanwijzen (tip 2): dat moet je gewoon zelf doen. De grootste les van deze middag en de grootste uitdaging voor de lokale overheid is om de initiatiefrijke ondernemende burger echt serieus te nemen. Te luisteren, bij te dragen waar nodig en mogelijk, te waarderen, een lans breken, ruimte geven en liefdevol te verwaarlozen.

Het ‘JA-loket’
Als je met een initiatief bij het ‘JA-loket’ komt, is het antwoord altijd ‘JA, laten we samen kijken hoe we hier iets mee kunnen’. Dit is de opening voor een gesprek tussen ambtenaar en initiatiefnemer. Op basis van gelijkwaardigheid en vertrouwen. Elk met eigen kennis en kunde. We weten natuurlijk dat niet elk initiatief zomaar kan. Daar kom je gezamenlijk in het gesprek achter. En misschien kom je dan tot andere oplossingen en/ofideeën, hoe iets WEL kan.

Gelukkig zien we al goede voorbeelden van het ‘JA-loket’. Bijvoorbeeld bij het initiatief INBOX15. Dit is een culinair en ambachtelijk ontmoetingscentrum in de Reesinkloods in Noorderhaven. Daar is  echt een slag gemaakt van denken in onmogelijkheden naar zoeken naar mogelijkheden. De initiatiefgroep van het Emerpark heeft in gemeente Zutphen een goede partner gevonden om het gebied tussen IJssel en Vijver beter toegankelijk en meer ecologisch in te richten. De gemeente heeft verbindingen gelegd met waterschap Rijn en IJssel en bijgedragen aan onder andere de natuurvriendelijke oevers bij de Vierakkerse Laak. Andere goede groene voorbeelden zijn de natuurspeelplaatsen, het Wijnhofpark en de Stadsboomgaard.

Een cultuuromslag gaat langzaam, maar wel vooruit!

Van Right to challenge tot Burgerbegroting
Vanuit de fractie van Groenlinks besteden we vaak aandacht aan vernieuwingskracht van de overheid en het waarderen en verder brengen van initiatieven uit de samenleving. Lees bijvoorbeeld:

  • Onze motie Burgerbegroting om inwoners meer invloed te laten hebben op de gemeentelijke begroting, de begroting begrijpelijk te presenteren en interactie mogelijk te maken (juni 2015).
  • Onze motie Right to challenge waarbij inwoners binnen de lokale sociale regelgeving de mogelijkheid krijgen om het heft in eigen hand nemen om ziekte en sociale problematiek te voorkomen of er beter mee om te gaan (aangenomen oktober 2014).

Sylvie Uenk, forumlid